Home » Vera
Vera
‘Het was niet dat ik helemáál niet naar Nigeria wilde, maar er was een bepaalde blokkade, iets dat me tegenhield’
Als Vera van der Zwaag gewild had, was ze nu boerin geweest. Lang geleden beginnen haar opa en oma in het Friese dorp Kollumerzwaag een klein boerenbedrijf. Ze hebben eerst een paar koeien en gaan later over op het houden van varkens. Als Vera’s vader het in de jaren tachtig overneemt, gaat hij terug naar koeien. Veertig jaar lang houdt hij de boerderij in bedrijf, tot hij rond 2018 besluit ermee te stoppen. Vera en haar twee zusjes kiezen voor een ander pad, dus er is niemand om het bedrijf over te nemen – maar daar heeft haar vader vrede mee.
... Spannende tijd In 2003 krijgt Vera’s moeder te horen dat ze het land uit moet omdat ze geen geldig geboortebewijs heeft. Het dorp Kollumerzwaag komt in actie: mensen maken spandoeken en posters die overal achter ramen en in bushokjes hangen. Ook zamelen ze 4000 protesthandtekeningen in. Het is een spannende tijd, maar uiteindelijk komt het goed: via de burgemeester van Kollumerland en minister Rita Verdonk krijgt Vera’s moeder toch een verblijfsvergunning. In februari 2004 trouwen Vera’s ouders en begint een rustiger tijd. Vera is een peuter als dit allemaal gebeurt, te jong om zich er nu nog iets van te kunnen herinneren. ‘Als kind vroeg ik er ook niet echt naar, we woonden en waren gewoon hier. Op een gegeven moment ging ik er wel over nadenken, en heb ik er een paar keer naar gevraagd. Maar het komt er niet helemaal uit. Daarom laat ik het nu rusten. Ik wil er niet te veel aan trekken. Op z’n tijd komt het wel.’ Leuker zijn de verhalen over de eerste tijd van Vera’s moeder, hier op de Friese boerderij. Ze helpt mee met het voeren van de koeien, leert fietsen en wordt onderdeel van de gemeenschap. Ook Vera zelf heeft een leuke jeugd. Haar vader meehelpen doet ze soms, maar het liefst speelt ze met haar jongere zusjes of kinderen uit de buurt. ‘Ik was echt een buitenkind’, zegt ze. De boerderij en het erf bieden daarvoor alle ruimte. Niet te veel opvallen Vera zit in die tijd op voetbal. Ze stopt er na een paar jaar mee. Dat is deels omdat ze de sport niet meer zo leuk vindt, maar ook omdat ze op het voetbalveld wél te maken krijgt met racistische opmerkingen. Vooral bij uitwedstrijden. ‘Het verschilde per dorp. Als ik in Harkema speelde, bijvoorbeeld, hoorde ik ouders van de zijlijn dingen roepen waarvan ik dacht: ik ben pas twaalf, dit is wel bijzonder.’ Met een flink aantal andere kinderen uit Kollumerzwaag gaat Vera naar de havo in Buitenpost, zo’n twintig minuten fietsen. In die tijd begint ze iets meer na te denken over het gegeven dat ze een andere achtergrond heeft dan haar leeftijdgenoten. ‘Ik was me er natuurlijk altijd wel bewust van, dat wel. Maar als je wat ouder wordt, ga je wat kritischer naar de wereld en naar jezelf kijken.’ Voor het vak Nederlands houdt ze een betoog over de zwartepietendiscussie, op dat moment een actueel onderwerp. ‘Dan ga je er wel een beetje over nadenken. Waarom raakte het mij meer dan een ander?’ Ze vindt het vervelend als mensen haar eruit pikken op het moment dat zo’n thema ter sprake komt. ‘Dat ik er dan iets van moest vinden. Dat kan jij ook toch, dacht ik dan, waarom zou ik dat moeten?’ Maar dat soort gedachten houdt ze meestal voor zichzelf. ‘Ik was niet de meest uitgesproken persoon. Dat is meer de laatste jaren gekomen. Op de middelbare school wilde ik niet te veel opvallen, want ik viel al op. Als ik straks ga studeren, kan ik losbreken, dacht ik. Maar het belemmerde me niet echt. Even uitzitten, en dan door, zo voelde het.’ Nigeria maakt indruk Eerder vandaag at ze nog bakbanaan met rijst, de keuken ruikt er nog naar. ‘Als er een gerecht is waar ik echt zin in heb, moet ik hier even naartoe rijden. Ik kan het zelf niet maken, dat is wel een klein schaamtepuntje.’ Ze lacht. ‘Maar mijn moeder heeft het altijd wel klaar, vers of in de vriezer.’ Haar moeder vertelt regelmatig over vroeger, en over hoe het met hun familie in Nigeria gaat. Nigeriaanse vrienden van haar, die ook in Nederland wonen, komen op bezoek. ‘Het is altijd onderdeel geweest van mijn dagelijks leven.’ Hoewel ze nieuwsgierig is naar de cultuur van haar moeder, gaat Vera pas in 2025 voor het eerst naar Nigeria toe. ‘Eerder wilde ik het eigenlijk niet. Er was een bepaalde blokkade. Niet dat ik het helemáál niet wilde, maar steeds was er iets dat me tegenhield. Misschien was het de angst voor het onbekende. Ik had totaal geen beeld van hoe het daar zou kunnen zijn.’ Rond 2020 staat Vera al een keer op het punt om met haar moeder mee te gaan naar Nigeria, als corona roet in het eten gooit. De jaren daarna is ze vooral druk met haar studie. Maar uiteindelijk komt het ervan. Ze ziet in Nigeria de middelbare school waar haar moeder naartoe ging, en ontmoet een aantal van haar oud-klasgenoten. Ook bezoekt ze de twee steden waar haar moeder het langst gewoond heeft: Lagos en Benin City. ‘Het was bijzonder om daar te zijn. Overal zijn mensen, alles is luid. De steden zijn immens groot, superdruk en warm. Het is heel veel in één keer. Maar ik vond het mooi om er te zijn.’ Naast haar eigen ervaring beseft ze dat het ook voor haar moeder fijn is om te kunnen laten zien waar zij een groot deel van haar leven doorgebracht heeft. Ze ontmoet ook een deel van haar familie voor het eerst. De meesten van hen spreken Engels, dus dat gaat best. Haar oma spreekt alleen Edo, een Zuid-Nigeriaanse taal. Die spreekt Vera zelf niet, daarom is het moeilijk om direct met haar oma te communiceren. De vele indrukken die Vera in Nigeria heeft, zijn soms ook minder mooi. ‘Lagos is een grote stad, een rijke stad, maar ook een extreem arme stad. Dat vond ik wel confronterend om te zien. Als ik vertel dat ik naar Nigeria ben geweest, zeggen mensen vaak: oh wat leuk, terug naar je roots, zal wel geweldig geweest zijn. Dan denk ik: ja… op zich wel. Maar je ziet ook veel nare dingen die je even moet verwerken.’ Als ze terug is uit Nigeria realiseert Vera zich dat ze van haar Nigeriaanse kant een stuk minder weet dan van haar Nederlandse en Friese kant. ‘Nigeria is constant in mijn leven aanwezig. Maar ik heb het gevoel dat er nog veel meer te ontdekken is. Ik heb nu voor tien jaar een Nigeriaans paspoort, dus het is wel de bedoeling dat ik op z’n minst nog een keer ga.’ Herkenning Uit de twee culturen die in haar DNA zitten, heeft Vera van alles meegekregen. Haar nuchtere karakter is een typisch Noord-Nederlandse eigenschap. Hoewel: ‘Nigerianen zijn over het algemeen heel expressief, maar óók heel nuchter. Een beetje een gekke combi, eigenlijk. Er zijn grote verschillen tussen beide culturen, maar ook best wel wat overeenkomsten. Hard werken, bijvoorbeeld, dat zie je aan twee kanten terugkomen. Of denken om je medemens.’ Dat laatste zou ook de christelijke invloed kunnen zijn, realiseert ze zich. Die komt zowel van haar vader als haar moeder. In een wederzijds gevoel van herkenning vindt Vera verbinding. ‘Dat heb ik zowel aan Nederlandse als aan Nigeriaanse kant. Bepaalde dingen die je gelijk begrijpt. De humor, de keuken, de muziek.’ Nigeriaanse humor is anders dan Friese humor, al kan ze niet precies omschrijven waarin het verschil zit. De Friese taal is een belangrijk onderdeel van de manier waarop Vera zich identificeert met dit dorp en deze plek. ‘Ik spreek Fries met mijn vader en zijn kant van de familie. Mijn moeder zegt dat ze het niet kan spreken, maar ze verstaat alles.’ Doordat ze het zelf de laatste jaren minder doet, zakt het soms een beetje weg, merkt ze. ‘Maar als ik dan weer even met iemand praat, is het zo weer op peil.’ Haar sterke accent van vroeger is ze inmiddels kwijtgeraakt. Wanneer ze in een ander deel van Nederland is, zijn mensen vaak verbaasd als ze vertelt dat ze uit Friesland komt. Vera zou zelf niet zo snel het woord ’trots’ gebruiken, als het over haar afkomst gaat. Trots en nuchterheid gaan nu eenmaal vaak niet zo goed samen. ‘Maar ik ben heel erg content met waar ik ben opgegroeid. Ik schaam me er niet voor om te vertellen dat ik hiervandaan kom.’ Ze zal hier ook altijd blijven terugkomen, weet ze. ‘Als ik hier kom, voel ik me weer zoals toen ik kind was. Het eten staat altijd klaar, of het nu tien uur ’s ochtends of drie uur ’s middags is.’ Vera’s vader voelt zich thuis in Kollumerzwaag, en blijft hier waarschijnlijk nog wel even. Haar moeder zou er na 28 jaar stiekem best een keer weg willen. Naar een stad als Leeuwarden, bijvoorbeeld. Als je jaren in een megastad als Lagos gewoond hebt, moet Kollumerzwaag toch als een heel andere wereld voelen. Vera zelf voelt zich ook op haar plek in de stad, maar heeft een fijn gevoel bij dit dorp. ‘Soms denk ik: ik zou hier echt niet kunnen wonen. Maar als ik hier kom, heb ik het wel erg naar mijn zin. Vooral in de zomer ben ik hier graag. De omgeving, het groen, de natuur – ik kom hier echt tot rust.’
Vera’s moeder komt in 1998 in Nederland. Een jaar eerder begint ze vanuit de Nigeriaanse stad Lagos aan een lange en moeilijke reis naar Europa, die eindigt in Friesland. Op een Afrikaans feest in Leeuwarden ontmoet ze een Friese man. Het klikt, en een jaar later gaat ze bij hem op zijn boerderij in Kollumerzwaag wonen. Weer een jaar daarna wordt Vera geboren.
Op haar basisschool, ook in Kollumerzwaag, zitten naast Vera en haar zusjes weinig kinderen van kleur. Ze herinnert zich één ander meisje. ‘En er was een gezin dat gevlucht was, uit Congo of Kenia. Maar daar hield het wel mee op.’ Desondanks speelt het anders-zijn voor Vera niet echt een rol. Soms roepen jongens uit een hogere klas weleens iets. ‘Maar dat waren gewoon nare mensen. Het ging niet echt om mijn huidskleur.’ Op school heeft ze een leuke tijd. Ze leert er twee meisjes kennen die nog altijd haar beste vriendinnen zijn. Dat ze Fries spreekt, helpt mee bij het opgaan in de groep. ‘Ik heb nooit het gevoel gehad van: ik hoor hier niet.’
Opgroeiend in Kollumerzwaag krijgt Vera via haar moeder ook de Nigeriaanse cultuur mee. Een belangrijk aspect daarvan: eten. Haar moeder is degene die thuis kookt, en dat kan ze goed. Vera’s lievelingsgerecht is egusi-soep, gemaakt van gemalen watermeloenpit en met verschillende soorten groenten en vlees erdoorheen. ‘Dat eet je met fufu, een deegachtig balletje waar je stukjes van afscheurt en de soep mee opschept.’
Vera is nu 25 – op de dag dat we haar spreken wordt ze morgen 26. Ze woont alweer een paar jaar in Leeuwarden, waar ze op haar negentiende naartoe verhuist. Via een kamer, een studio en een appartement is ze nu uitgekomen in een hoekwoning. Als ze mensen vertelt dat ze op een boerderij opgegroeid is, zijn die vaak verrast. Ze vindt het leuk om erover te vertellen. De vraag ‘Waar kom je vandaan?’ krijgt ze best vaak. ‘En ook: maar waar kom je écht vandaan?’ Want ja, die donkere kleur. ‘Ik snap een bepaalde nieuwsgierigheid wel, dus ik trek het me niet heel persoonlijk aan. Het hangt een beetje af van de intentie waarmee je het vraagt.’

