Home » Linda
Linda
‘Elke cultuur heeft z’n normen, waarden en tradities. Dat is ook iets dat je je kinderen wilt laten zien: dit is waar je vandaan komt’
Als je het Drentse dorp Steenbergen uitrijdt, kom je in een bos terecht. Via een slingerend zandpad bereik je een prachtige woonplek met twee huizen. De ene woning staat hier al een hele tijd, de andere nog maar drie jaar. Dit is het huis waar Linda Alfons met haar man en twee zoontjes woont. In het andere woont haar moeder.
... De plek is heerlijk rustig. Zelfs als je goed luistert, hoor je in de verte geen verkeer. Vogels maken hier de dienst uit, als het om decibellen gaat. Voor Linda is het de derde keer dat ze hier woont. Haar opa kocht dit bos, ooit, lang geleden. Jarenlang fungeerde het als vakantieplek. Nadat Linda’s opa en oma op jonge leeftijd overleden, erfde haar moeder het stuk bos. Tussen Marokko en Friesland Anderhalf jaar later wordt Linda geboren, hier in het bos in Steenbergen. Aan die eerste tijd heeft ze geen herinnering: ze verhuizen al snel naar een rijtjeswoning in het Friese dorp Haulerwijk, ongeveer 8 kilometer verderop. Daar zet Linda’s moeder op de oprijlaan een ouderwetse keet neer, van waaruit ze een tijd haar huisartsenpraktijk runt. Later verhuist het gezin naar een groter huis in hetzelfde dorp, met een grote tuin. ‘Daar heb ik hele mooi ervaringen gehad als kind’, zegt Linda. ‘Ik kon er keihard spelen. We hadden een pony in de tuin staan – dat was niet echt normaal in die straat.’ Ze lacht. Elk jaar gaat het gezin in de zomer zes weken naar Marokko. Linda communiceert daar in het Frans met haar familie. ‘Met een beetje Marokkaans ertussendoor.’ Haar vader gaat op zijn beurt steeds beter Nederlands praten en burgert in. ‘Hij ging als Marokkaan in een Fries dorpje gewoon naar de kroeg. Hij had zelfs een bepaalde status van respect in het dorp, als uitsmijter van de kroeg.’ De Marokkaanse cultuur krijgt Linda via haar vader maar mondjesmaat mee. ‘Hij was best wel verwesterd. Thuis deed hij vijf keer per dag zijn gebed op zijn kleedje, maar verder was er niet veel Marokkaans in ons huis. Hij was vooral op zijn eigen manier bezig te leren hoe hij kon meedraaien in Nederland. Eerst was ik een beetje boos op hem dat hij me geen Marokkaans geleerd had. Maar later begreep ik dat hij op dat moment juist Nederlands moest leren. Dus dat liep een beetje langs elkaar heen.’ Des te meer ziet ze van de Marokkaanse cultuur tijdens de vele zomers die ze er doorbrengt. ‘En dat was prachtig. De mensen daar zijn heel vriendelijk en hartelijk. Ik heb er een heel fijn gevoel bij en voel me er thuis.’ Ze ziet hoe moeders er met hun kinderen in badjas naar de hamam wandelen, het traditionele badhuis. Ze surft, en ze voelt de warmte van de zon op haar huid. Eigen weg Pas als ze naar de middelbare school gaat, in Leek, beginnen onderlinge verschillen een rol te spelen. Voor het eerst heeft Linda meer mensen met een andere afkomst om zich heen. ‘Je had daar Afghanen, Turken, Iraniërs, wat Molukkers. Dat waren vaak ook volbloed-kinderen.’ Als ze op de eerste schooldag van bovenaan de trap over de kantine uitkijkt, ziet ze aan de tafels verschillende groepjes. Waar zal ze bij gaan zitten? Al snel bekruipt haar het gevoel dat de Nederlandse kinderen vinden dat zij bij die andere groep hoort. ‘Dat ging ik zelf op een gegeven moment ook een beetje geloven.’ Veel van de kinderen met een buitenlandse afkomst zijn islamitisch, net als Linda’s vader. Dat zou een band kunnen scheppen, denkt ze. ‘Maar dat waren mensen die onderling altijd Arabisch met elkaar spraken, dat kreeg ik dan niet goed mee. Juist in het groepje waarvan ik dacht dat ik erbij hoorde, voelde ik me ook weer een beetje een einzelgänger.’ Uiteindelijk besluit Linda toch maar bij haar Nederlandse klasgenoten te gaan zitten. Daar krijgt ze goede vrienden. Lindas wordt zo nu en dan gepest op school. Niet altijd om haar afkomst, maar ook om de manier waarop ze zich kleedt. ‘De ene dag kwam ik op hakschoentjes naar school, de volgende dag had ik een dikke Evisu-broek aan en mijn skateboard in mijn fiets geklikt.’ Als ze op een dag aan een tafel in de kantine huiswerk maakt, wordt ze plotseling omringd door een groep meiden. Ze komen verhaal halen, en eisen een verklaring voor de manier waarop Linda zich kleedt. ‘Die meiden konden waarschijnlijk niet zo goed waarderen dat ik deed wat ik wilde. Ik heb er nooit moeite mee gehad om op te vallen. Dat klinkt misschien een beetje gek, maar het zit gewoon in mijn blauwdruk.’ Als Linda dertien is, scheiden haar ouders, het gebeurt in de zomer dat ze van de eerste naar de tweede klas gaat. Met haar moeder keert ze terug naar het bos in Steenbergen, naar de plek waar ze geboren is. Haar zus gaat het huis uit, haar vader vertrekt naar Marokko. In diezelfde zomer krijgt haar moeder kanker. Al met al veel grote veranderingen in korte tijd, op een moment dat Linda aan het onderzoeken is wie ze is. Ondertussen blijft ze haar eigen weg kiezen, ondanks het commentaar en de veroordelingen. Nu ziet ze daar de waarde van. ‘Ik heb het idee dat ik mijn eigen identiteit heb kunnen ontwikkelen, zonder dat ik de druk voelde ergens bij te moeten horen, en mezelf daartoe forceerde. Ik was die kameleon, en die Marokkaan die voor de grap Fries sprak. Uiteindelijk voelt het als een zegening dat ik er niet helemaal bij hoorde.’ Intact Ook Linda’s Nederlandse opa en oma overlijden jong, ze kent hen alleen uit de verhalen van haar moeder. Zo weet ze dat ze beiden uit het Noorden kwamen, en dat ze een stoffenwinkel in de Groningse binnenstad hadden. ‘Uit wat ik gehoord heb, was mijn opa supergrappig. Een heel tof persoon. Ik voel toch ook trots dat ik van hen afstam.’ Dat ze haar opa’s en oma’s nauwelijks tot niet gekend heeft, doet pijn. ‘Als kind hoorde ik altijd van andere kinderen dat ze naar hun opa en oma toe gingen. Ik had één oma, die zat aan de andere kant van de wereld, en ik kon niet goed met haar communiceren. Ik heb altijd het idee gehad dat als ik mijn opa en oma gekend had, ik meer intact geweest was, meer verbinding had gehad met mijn afkomst.’ Over de vraag waarin haar Nederlandse helft en haar Marokkaanse helft zich uiten, denkt Linda even na. ‘Eerlijk gezegd geloof ik niet meer zo in die twee kanten’, zegt ze dan. ‘Ik ben een heel persoon: er zijn geen twee helften, maar wel invloeden.’ Even later komt ze alsnog met een karaktereigenschap die weleens Marokkaans zou kunnen zijn: ‘Ik heb veel vuur in me, en mijn kinderen ook. Ik kan best fel zijn. Maar ik moet zeggen dat mijn moeder ook gewoon een pittige vrouw is. Ik denk dat ik ook wel een zekere trots heb, dat ik het niet zomaar accepteer als mensen dingen over mij of mijn gezin zeggen, of over waar ik voor sta. Dat zie ik wel echt als mijn Marokkaanse kant.’ In een wereld waarin culturen steeds meer met elkaar versmelten, vindt Linda het belangrijk om ook de verschillen te blijven zien. ‘Elke cultuur heeft z’n normen, waarden en tradities. Soms vergeten we die een beetje. Ik denk dat het mooi is om die in ere te houden. Dat is ook iets dat je je kinderen wilt laten zien: dit is waar je vandaan komt.’ Waardevolle plek ‘Toen mijn opa dit bos kocht, was het een stokkenbosje met alleen een paar dennen, dat niemand wilde hebben. Hij heeft veel bomen zelf geplant. We zijn er altijd blij mee geweest. Dit bos heeft emotionele waarde. Een plek als deze vind je niet zo snel weer.’ De turbulente tijd die Linda als tiener op deze plek beleefd heeft, zorgt ervoor dat ze nu gemengde gevoelens heeft als ze in het huis van haar moeder is. Er hangt een energetische lading die haar soms te veel kan worden. Dan gaat ze terug naar haar eigen huis, honderd meter verderop, en komt ze tot rust. Het eigenzinnige dat ze op de middelbare school had, is Linda nooit verloren. De manier waarop ze hier woont, is daar het bewijs van. Zij en haar man doen het volgens hun eigen waarden en principes. ‘Ik heb altijd de neiging om als eerste in mijn omgeving iets op een bepaalde manier te doen. Dan ben je al snel een beetje een zwart schaap, net als vroeger. Maar nu vind ik het niet meer zo erg. Het is gewoon wat ik doe.’
Als Linda’s moeder halverwege de dertig is, gaat ze op vakantie naar Marokko. Ze stapt er op een dag een hotel binnen. ‘Mijn vader was daar de gitarist van de hotelband’, zegt Linda lachend. ‘Zo zijn ze bij elkaar gekomen.’ Linda’s moeder heeft op dat moment al een dochter van drie, uit een eerdere relatie. Met haar gaat ze nog een keer naar Marokko, om te kijken of het klikt tussen haar dochter en de Marokkaanse man die ze ontmoet heeft. ‘Dat was zo, en de volgende keer dat ze ging, zijn ze getrouwd. In Rabat, met zijn familie erbij. Daarna zijn ze samen naar Nederland gegaan.’
In Haulerwijk gaat Linda naar de openbare basisschool. Ze heeft er een leuke tijd. Zij en haar zus zijn op school een van de weinige niet-witte kinderen. ‘Maar er werd niet anders tegen mij gedaan. Ik had ook nooit het gevoel anders te zijn en ging lekker mee in mijn Nederlandse kant. Een beetje Fries praten, dat ging me wel goed af, ik kon het allemaal verstaan.’
Linda’s Marokkaanse oma, die inmiddels overleden is, was afkomstig uit een zigeunerfamilie, meent ze te weten. ‘Ze heeft het niet makkelijk gehad, is heel jong haar ouders verloren en daarna als schoonmaakster door mensen in huis genomen. Ze is nooit naar school geweest en was analfabeet.’ Haar opa overlijdt al jonger, hem leert ze nooit kennen. ‘Hij was de componist van het Koninklijk Orkest in Marokko. Dat vind ik supertof.’ Zelf is Linda ook muzikant. ‘Hoewel ik hem nooit gekend heb, voel ik zo’n connectie met hem.’
Haar hele leven woont Linda al in Noord-Nederland, afwisselend in Drenthe, Friesland en Groningen. Het bevalt haar goed. ‘De mensen zijn hier rustig. Het voelt gewoon comfortabel, ik vind het hier fijn.’ In 2023 laten zij en haar man een huis bouwen op het terrein waar ook haar moeder woont: de plek waar ze geboren is en in haar tienerjaren woonde. Hier leven ze zelfvoorzienend, min of meer los van de samenleving en midden in de natuur.

