Home » Geronimo
Geronimo
‘Ik vind het krachtig: twee volledige, grote generaties, met verschillende rituelen en een verschillende geschiedenis komen samen in één persoon’
Geronimo Chancoso Sanchez heeft kort geleden een auto gekocht. Het is een snelle witte Mazda, een auto waarmee je voor de dag kunt komen. Hij is er blij mee – niet alleen met de auto zelf, maar ook met wat die representeert. Want het gaat goed met hem, veel beter dan pakweg tien jaar geleden. Hij staat stevig op zijn eigen benen, heeft zijn eigen pad gekozen en is op weg naar nog veel meer moois.
... Als ze kort daarna zwanger is, betekent dat een flinke schok voor haar christelijke ouders. Maar als Geronimo eenmaal geboren is, is hij welkom. Het jonge gezin woont eerst een tijd op het terrein van Geronimo’s opa en oma, in het Brabantse Geldrop, en verhuist daarna naar een flat in diezelfde plaats. Tussen de ouders van Geronimo gaat het niet altijd goed. Op een dag, als ze ruzie maken, gaat hij er zonder iets te zeggen vandoor op zijn bmx-fietsje. Hij is dan een jaar of drie, hooguit vier. Op zoek naar veiligheid rijdt hij naar het huis van zijn opa en oma, een paar minuten verderop. ‘Ik was echt gevlucht. Toen stond ik daar ineens in de keuken, achter mijn oma. Die schrok zich rot.’ Dat er zo’n toevluchtsoord is, is waardevol voor de jonge Geronimo. Hij heeft een bijzondere band met zijn opa en oma en voelt zich fijn in hun huis en hun tuin. Als Geronimo zes is, scheiden zijn ouders. Met zijn moeder verhuist hij naar het Friese stadje Franeker, waar een oom woont. Zijn vader blijft in Geldrop. Een tijd lang gaat Geronimo heen en weer, tot zijn vader uit beeld verdwijnt en naar Amerika vertrekt. Hij stuurt zijn zoon de jaren daarna op zijn verjaardag hele pakketten met cadeautjes. Maar verder hebben ze weinig contact. Ontworteld Los van het verschil tussen Brabant en Friesland is Geronimo sowieso anders dan andere kinderen. Hij heeft een Zuid-Amerikaans uiterlijk en lang zwart haar. Met dat laatste wordt hij gepest. ‘Je bent een meisje, zeiden ze dan. In groep 3 ging alles eraf, toen was ik ineens een jongen voor ze. Nice, dacht ik, nu hoor ik erbij.’ Als hij wat ouder is, wil hij opnieuw zijn haar laten groeien. Maar dat houdt zijn moeder tegen, uit bescherming voor nieuwe pesterijen. Op school heeft hij desondanks een leuke tijd. Doordat hij anders is, vinden de oudere kinderen hem cool, ze willen graag met hem spelen. ‘Ik voelde me dan altijd een beetje vereerd.’ Als er in groep 6 of 7 een nieuw jongetje in Geronimo’s klas komt, verandert er iets. ‘Hij pestte mij, maakte racistische opmerkingen en nam de rest van de klas mee. Zij vonden het grappig.’ Ineens bekijkt hij de kinderen waarmee hij het goed kon vinden met een andere blik. De pestkop gaat al snel weer van school, waarna de rust terugkeert en Geronimo alsnog een leuk laatste jaar heeft. Op de vraag hoe hij terugkijkt op zijn jeugd in Drachten, antwoordt hij in eerste instantie terughoudend: ‘Niet heel positief.’ Hij denkt even na. ‘Maar als ik dieper ga, ook weer wel. Ik heb hier hele leuke dingen beleefd. Kattenkwaad uitgehaald, fikkie gestoken, op daken geklommen, pijltjes geschoten. Dat is allemaal hier gebeurd.’ Een paar jaar nadat Geronimo en zijn moeder naar het Noorden vertrokken zijn, gaan ook zijn opa en oma in Friesland wonen. Het betekent dat hun huis, de plek waar Geronimo als kind zo graag kwam, niet langer bereikbaar is. ‘Dat vond ik heel moeilijk.’ Hij mist de grote tuin, waar bessen, frambozen, bramen en aardbeien groeiden. ‘Ik voelde dat daar, in hun huis, m’n roots lagen, maar dat die er als onkruid uit zijn getrokken.’ Herenigd Op de middelbare school is hij, net als op de basisschool, populair. Gepest wordt hij er niet. Het is in deze tijd dat hij verzeild raakt in het gebruiken en dealen van drugs. Al snel gaat het niet zo goed met hem. Verschillende instanties zijn betrokken in een poging zijn leven weer op de rails te krijgen. Van dit alles krijgt zijn vader, die in Chicago woont, niks mee. Ze bellen af en toe, dat wel. ‘Maar hij kon geen Engels, en ook geen Nederlands meer, alleen Spaans. Ik zat met tranen in mijn ogen aan de telefoon, ik kon gewoon niks. Uit frustratie heb ik hem een keer een kwartier aan de lijn gehouden en de telefoon ergens neergelegd.’ Als Geronimo Zuid-Amerikaanse mensen tegenkomt, of iemand die op zijn vader lijkt, slaat zijn hart een slag over. ‘Dan wilde ik graag bij hem zijn. Want ik miste hem altijd wel.’ Rond zijn achttiende komt hij weer in contact met zijn vader, via Facebook. ‘We gingen toen vaker bellen. Zijn Engels was wat beter geworden, en mijn Engels ook. Dat ging fijner. Ik merkte dat we toen dichter bij elkaar konden komen. We hebben het een en ander uitgesproken. Vervolgens ben ik daarnaartoe gegaan.’ In zijn eentje vliegt Geronimo naar Chicago. Daar ziet hij zijn vader op het vliegveld, voor het eerst sinds twaalf jaar. ‘Hij kwam op me af en gaf me een dikke knuffel. Dat voelde voor mij een beetje raar. Ik weet eigenlijk niet eens wie jij bent, dacht ik. Alsof een wildvreemde je ineens knuffelt. Een gek gevoel. Daarna hebben we flink bijgepraat. Van mijn vader hoorde ik voor het eerst zijn kant van het verhaal.’ Na de hernieuwde kennismaking zoekt hij zijn vader regelmatig op. In 2024 gaat hij zelfs een half jaar naar hem toe, en gaat hij vanuit Amerika ook drie weken naar Ecuador. Dat is een bijzondere ervaring. ‘Het was alsof de andere kant van mijn DNA, die al die tijd geslapen had, opeens geactiveerd werd.’ Met een sjamaan doet Geronimo een ayahuasca-ritueel. Hij komt in contact met een deel van zichzelf dat jarenlang weggedrukt is, waar geen ruimte voor was: ‘Bepaalde gaven die ik heb, zoals het horen van frequenties of het zien van kleuren om mensen heen. Sinds ik weer met mijn vader in contact ben gekomen, is dat teruggekomen en sterker geworden.’ In Ecuador merkt Geronimo dat bepaalde puzzelstukjes op hun plek vallen: ‘Bijvoorbeeld waarom ik het liefst drie keer per dag warm eet. Ik merk ook dat mijn lichaam het heel fijn vindt daar. Als ik daar een half jaar zou zitten, heb ik mijn natuurlijke kleur.’ Toch blijft ook in Ecuador het knagende gevoel bestaan dat hij zich niet volledig op zijn plek voelt, zoals hij dat ook in Friesland heeft. Schurende culturen Inmiddels lukt het hem steeds beter om de twee kanten met elkaar te verenigen, en de goede elementen van beide zijden te gebruiken. ‘Ik ben wel blij dat het Nederlandse er ook in zit. De structuur – ik weet voor de komende twee jaar voor een groot deel hoe mijn leven eruitziet. Daar hecht ik heel veel waarde aan.’ Tegelijkertijd omarmt hij de warmte en het fysieke van de Zuid-Amerikaanse cultuur: ‘In Ecuador zijn ze van de lichamelijke aanraking: even knuffelen, masseren, haren vlechten. In Nederland zijn mensen wat preutser. Alleen als we elkaar een beetje kennen, knuffelen we elkaar.’ Hoewel hij na het vertrek uit Noord-Brabant moest wennen aan Friesland, is hij hier 25 jaar later nog altijd. ‘Ik begrijp de Nederlandse en de Friese cultuur nu. Een stukje nuchterheid. Gewoan trochgean, gewoon doorgaan, niet zeuren. Het past goed bij mijn werkethiek. Daarnaast leer ik ook veel over de geschiedenis van Friesland, dat vind ik ook intrigerend.’ Op zijn onderarm staat een tattoo van 3D-kubussen, gebaseerd op het werk van de beroemde Friese graficus M.C. Escher. En op zijn schouder staat een zon, vanuit de meer spirituele, Zuid-Amerikaanse symboliek. Zoals Geronimo uiteindelijk in zichzelf de twee kanten van zijn achtergrond heeft weten te verenigen, probeert hij in zijn werk via kunst mensen en culturen aan elkaar te verbinden. ‘Ik weet dat alles wat ik meegemaakt heb een reden had.’ Dat besef is er bijvoorbeeld als hij lesgeeft aan leerlingen in het praktijkonderwijs: kinderen uit achterstandswijken of met een migratie-achtergrond. ‘We merkten dat we op hetzelfde traumalevel zaten. Dan kun je ineens zo goed connecten met elkaar. Daarom ben ik ook dankbaar voor de struggles die ik heb gehad.’ Dubbelbloed Na een lange, chaotische zoektocht naar zichzelf heeft Geronimo op zijn dertigste zijn plek gevonden. ‘Ik weet nu wel echt wie ik ben. Wat ik fijn vind, waar ik sta, wat mijn werkpunten zijn, maar ook wat mijn krachtige kant is. Drie jaar geleden had ik een moment waarop ik dacht: het meeste is nu van mijn schouders af, volgens mij is dit wat het betekent om gelukkig te zijn.’ Belangrijk bij het vinden van de balans is het maken van verbinding. ‘Daar moet je wel zelf voor openstaan. Durf gedachten te delen, ook als je denkt: misschien is het wel gek. Fuck it, vertel het gewoon.’ Ooit zou Geronimo wel een huis willen kopen in Ecuador. Maar voorlopig zit hij goed in Friesland. En er mag dan geen fysieke plek zijn waar hij zich honderd procent thuis voelt – die plek zit bij hem vanbinnen. Hij legt zijn hand op zijn hart. ‘Het zit hier. Het maakt niet uit waar ik ben, ik maak altijd wel mijn space.’ Het zilverkleurige bmx-fietsje waarop Geronimo als klein jongetje de onrust ontvluchtte, en de veiligheid opzocht die het huis van zijn opa en oma bood, staat bij zijn moeder in de schuur. Hij is dankbaar dat ze hem al die tijd heeft bewaard. Maar vluchten hoeft niet meer. De komende tijd gaat hij vooral op zoek naar nieuwe manieren om mensen, culturen en ervaringen met elkaar te verbinden. Hij doet het vanuit een stevige basis, geworteld in Noord-Nederlandse grond.
Vanuit Franeker komen Geronimo en zijn moeder in Drachten terecht, ook in Friesland. Via verschillende woningen, waaronder een paar kraakpanden, komen ze uiteindelijk terecht in een flat in de wijk De Wiken. Daar brengt Geronimo een groot deel van zijn jeugd door. Op zijn basisschool heeft hij vooral witte Nederlandse vriendjes, met echte Friese namen, zoals Sietse en Tjeerd. ‘De Friese cultuur is wel echt anders, dat merkte ik als kind al. Ik vond de mensen wat bot, en nuchter.’
Rond zijn twaalfde begint Geronimo een eigen identiteit te ontwikkelen. Hij experimenteert met zijn kledingstijl. Aan de zijkant van zijn broek draagt hij een wolvenstaart en op zijn hoofd een bandana. Soms maken anderen er denigrerende opmerkingen over. ‘Dan werd ik boos, of was ik geraakt.’ Toch is het geen aanleiding om ermee te stoppen.
De twee lijnen in zijn DNA zorgen er mede voor dat Geronimo jarenlang een strijd met zichzelf voert. ‘Vanuit onze inheemse cultuur zijn er bepaalde rituelen die verbonden zijn met niet-tastbare dingen. Die je niet altijd kunt verklaren. Ik merk dat de Westerse cultuur meer praktisch is, gericht op efficiëntie. Ik ben opgegroeid in Nederland, maar in mijn DNA zit ook de andere kant. Dat was continu vechten.’
Is Geronimo trots op zijn afkomst? Zijn ogen beginnen te twinkelen. ‘De laatste tijd wel, man.’ Waar hij eerder nooit goed snapte waarom mensen zijn achtergrond bijzonder vonden, ziet hij dat nu anders: ‘Ik word me meer bewust van familielijnen, waar we vandaan komen. We zijn de overlevenden van generaties boven ons. Al die kennis zit in ons, in onze organen, in onze ziel, als het ware.’ In plaats van de wat neerbuigende term ‘halfbloed’ noemt hij zichzelf tegenwoordig ‘dubbelbloed’. ‘Ik vind het krachtig: twee volledige, grote generaties, met verschillende rituelen en een verschillende geschiedenis komen samen in één persoon.’

