Joshua
‘Het platteland blijft altijd in me zitten. Dit is wel echt mijn plek’
Op een hoge kast in een rijtjeshuis in het Friese dorp Burgum staat een schaaltje. Er ligt een vijzel in, en een aantal andere voorwerpen. Ze zijn afkomstig uit Ghana. Dit is het huis van de moeder van Joshua Frimpong. Ze zit naast hem op de bank. Beiden zijn echte Friezen, maar van Joshua zou je dat op het eerste oog niet vermoeden.
Joshua’s ouders leren elkaar kennen aan het begin van de jaren negentig. Zijn moeder gaat dan in Drachten naar de pinkstergemeente. Op een zondagochtend ziet ze daar twee Ghanese mannen binnenkomen, ze gaan een paar rijen verderop zitten. Tijdens de kerkdienst kijkt ze af en toe nieuwsgierig hun kant op. Andere culturen heeft ze altijd al interessant gevonden.
Niet veel later vertelt haar zus dat zij bij de Ghanezen thuis geweest is. En hoe ze haar een droge beschuit bij haar thee gaven, omdat ze dachten dat het een koekje was. De Ghanezen zijn nog niet lang in Nederland, verbleven in een asielzoekerscentrum en wonen nu met z’n vieren in een huis. Na de verhalen van haar zus wil Joshua’s moeder ook een keer bij de Afrikaanse mannen op bezoek. Ze gaat samen met haar zus. Met een van de Ghanese mannen die ze in het huis ontmoet, krijgt ze een tijdje later een relatie. Ze trouwen, gaan in het dorp Garyp wonen en krijgen drie kinderen. Joshua is de jongste, hij wordt geboren in het jaar 2000.
Als Joshua één is, scheiden zijn ouders. Twee jaar later verhuizen de kinderen met hun moeder vanuit Garyp naar Burgum, een groter dorp dat 5 kilometer verderop ligt. Joshua gaat wel naar school in Garyp, waar zijn moeder als leerkracht werkt. Alle andere kinderen op de school zijn wit, maar Joshua is in meer opzichten een tikje anders dan zij. ‘Ik was een beetje een geek‘, zegt hij glimlachend. ‘Nog steeds wel, eigenlijk.’ Terwijl zijn leeftijdgenoten buiten spelen, zit Joshua het liefst binnen, achter zijn Nintendo DS. En als hij buiten komt, doet hij dat vooral in zijn eentje. ‘Ik ging dan de natuur in, en was geobsedeerd door vogels. En ik had encyclopedische kennis van planeten en astronomie – dingen die een kind van 7 over het algemeen nog niet zo interesseren, vond ik geweldig. Daar ging ik helemaal in op.’ Later zal hij erachter komen dat hij een vorm van autisme heeft. Met dat besef kan hij dingen uit zijn jeugd beter plaatsen.
Met zijn broer gaat hij vaak vissen in de Groningervaart, het kanaal dat door Burgum loopt. Ze lopen er vanaf hun huis in een paar minuten naartoe. In het kanaal zwemmen ze ook, al mag dat officieel niet. Het vissen nemen ze niet al te serieus, toch vangen ze regelmatig iets. Zijn broer, die zes jaar ouder is dan Joshua, weet er aardig wat van. Hij pikte het van jongens uit Garyp op. Voor Joshua is vissen echt iets Nederlands. Je zult niet zo heel snel een Ghanees met een hengel langs een kanaal zien zitten, denkt hij.
...

